Wasgoed

Twee lakens aan een lijn
dansend op een lichte bries,
filmdoeken voor silhouetten
van avondzon door bomen,
onaantastbare extase,
ongrijpbaar zijn zij evident
geheel zichzelf,
ongerept verblijven zij
zonder doel,
twee lakens dansend
op een lichte bries
voor mij.

.

Manke woorden

Mild schrijft de wind
golvend lichtspel op het water
met bekwamer taal dan de mijne
het wonder vertolkend.

Och arme woorden
van nabootsing en geheugen,
nooit zullen jullie het Echte
vangen of vervangen.

Rust mijn pen
en snuif de wind.

.

Uitgeraasd

Als kind begreep ik niet
dat mensen pijn konden hebben
aan hun gedachten.

Een aantal decennia wijzer
was ik zo dom geworden
het te begrijpen.

Wilde toen van dit begrijpen af,
echter mijn vechten ertegen
fixeerde juist, liet het kleven.

Berooid, met vage echo’s van weleer,
schenk ik nog een wijn in
als ik bedank voor alle ijdelheid.

Niet langer bekneld
tussen verleden of verschiet
leeft dit tevreden heden.

.

Bank van beton, na regen komt zon

Kom er graag, vaak alleen,
als verdriet heerst of als geluk
mij komt bezoeken.

Uitzicht over de baai
die uitkomt bij strand the Warren
waar we iedere dag weer zijn
voor de ochtendplons in zee.

Beton heeft een stevige reputatie
van zakelijkheid misschien
maar niet hier.

(Oei, opeens woei toch bijna
mijn notebook in het water!,
denk onwillekeurig aan Tukaram)

Steenrijke bank waarop ik zit;
bij onmin voelt mijn kont hard,
in vrede voel ik me licht gedragen.

Er komen hier veel zwanen, meeuwen
en vogels met mij onbekende namen
wat niet erg is, ik vergeet de naam zwaan
maar al te graag om stil te vallen samen
met zwaan´s gratie.
Met forse klappen zwemt er één langs
en toch gaat ze nergens heen,
net zo min als ik.

Rechtsvoor mij vissen in laag water,
beurtelings opspringend.
Rijdt er een auto langs, naar de pier,
dan vluchten ze als één school,
water sterk beroerend.
Als ik even later opsta
gebeurt het weer.

Zo-even zon en verdween ie
dan meteen steviger wind,
nu opeens regen;
weer voorspellen
in het land van de Kelten
is bijkans onmogelijk.

Uitgeweken naar het Celtic Hotel
waar ik Murphy´s Stout bestel;
het meisje dat me helpt is doing well:
terwijl ze een klant een glas vol tapt
tikt ze de rekening op de kassa af.

Zit buiten in de miezer,
gek, heeft iemand me in de smiezen?
Karin zei vaker: Ieren zien je wel
en doen alsof niet.

Er staan palmbomen in Zuid-Ierland
voor de suggestie, tropisch
is het juiste woord niet
weten ook de meteorologen hier;
de palmen ogen zelden blij.

Ik ben nat, raak doorweekt,
leeg mijn glas want ik weet
dat de zon weldra gaat schijnen,
ik ga erheen, Lief komt zo thuis.

.

Rosscarbery-Cork-Rosscarbery

Eenvoudigweg onbegrijpelijk
op vier wielen onder wolkendek,
zon door blauwe delen
en ’t heerlijk niets te hoeven weten
als het groen langs ons raast
op volle toeren, ja, wij leven!

Geen splitsend weten is ons gegeven
waardoor iets ons kan ontgaan,
ontdaan van veronderstellingen
ieder moment compleet.

De eerste denkrimpeling geboren
wordt, vóór werkelijk te verstoren,
in ongeloof al aan zijn eind gebracht
zonder handeling, met een lach
waarop steeds weer
de zon die allang scheen
doorbreekt als ’o ja!’ en ’aha!’

Nu en dan zien we elkaar aan,
glimlach ontlokkend, uitdagend
of met regelrechte pesterij,
zoevend voort, onverstoord,
over heuvels en door dalen,
zonder eindstreep te hoeven halen.

Bij tijd en wijle
versluiert ‘t ontijdelijk beleven,
lijkt geluk even met elkaar
en door elkaar gemaakt,
lijkt ’t alsof deze vrede
het zal begeven
als één van ons het leven laat
en dan, och Wonder,
is ‘t doemscenario alweer weg,
bleek deze slechts koerier
om huidig Mirakel te bekrachtigen.

Ik kijk weer naar haar en ja,
ik besef dat geen vorm kan blijven,
voel tegelijkertijd geen angst;
dit is Liefde, dit duurt langer
dan de arme tijd,
dit is groter dan verliesverdriet,
mijn Liefde verliezen kan ik niet,
hoogstens mij.

Is het niet geweldig,
met verlies van controle
dit Wonder te voelen groeien?
Maar is dit wel groei?
Nee!
Dit is altijd Tijdloos Wonder,
met Lief, en als ze gaat, zonder
verlies in Wezen.

Wat vroeger uren filosofie leek
is nu gezien in nog geen seconde
als haar schaterlach klinkt,
een gedachte wordt teruggebracht
als onzin tot bron,
een wolk in wolkendek van miljarden
wiens geloven ongeloofwaardig zijn
valt in het Heilig Leven
dat we Hier vieren.

Het autootje raast voort
als we spelenderwijs in boute taal
geschiedschrijving en waanzin
verliezen met de luide lach
van overgave.

Heb ik haar nodig?
Ja, ze is er en ik wil geen ander.
Mag ze gaan?
Ja, maar ze wil liever blijven.
De dood alleen lijkt ons de baas
maar ons geraas over asfalt
geniet reeds ons niet-bestaan,
wrijvingsloos, onwetend van elders,
tot een gedachte ons wekt,
verdeeldheid ons teast en test,
we openlijk elkaar bedriegen gaan,
want de lachsalvo’s daar krijgen we
maar nooit genoeg van!

“Man, kan je niet uitkijken?” zegt ze.
Vreemde manoeuvre van auto voor ons.
“Gaan we weer klagen?” vraag ik.
Lief weet ook wel dat controle
niemand toebehoort
dus ze schreeuwt voluit: “Ja!”
Wauw, mijn wijffie!

Rosscarbery- Cork- Rosscarbery,
geen eindstreep te halen
en overal thuis.

Spontaan Hart

Woorden, zo op een rij
dat ze als Wonder spreken,
dat kan natuurlijk geen truc zijn.

Meditatie, hoorde ik eens,
is niet het reiken naar Licht
maar Licht al zijn,
ontvankelijk en leeg,
zo alles als jezelf ontvangend.

Dit Wonder kan zonder
magiërs met trukendozen.

Dit liet een zenmeester zeggen:
maal niet in je betoog
om gebrekkige grammatica,
vrees geen spellingfouten,
laat slechts één zaak tellen:
dat ’t spreken uit ‘t Hart is.

.

Tijdloos verblijven

Zie, in donkere krochten van de geest
liggen oude boeken, stoffig en verspreid,
het papier verpulvert en verwaait bij
het minste zuchtje wind.
In stilte zit ik en ik kijk ernaar,
zie de tijd werken, voel geen weerstand
tegen het vergankelijke als ik
wijsheidswoorden en heilige namen
in stofwolken zie opgaan;
ze zijn niet meer nodig
als ze het al eens waren.

Dit zitten lijkt wellicht lui en uitgeblust,
toch zo vol is ledig leven nooit geweest,
tis een feest de oude manuscripten
te zien opgaan in de blauwe lucht
waar geest is uitgespeeld,
de raad van voorvaderen is vergaan,
geboden van goed en kwaad smelten
in het levend licht van heden.

Ah, daar komt en gaat weer een suggestie
en hier is weer zo een duivels dilemma
maar ik kom niet van mijn plek,
staar als een laserstraal door alle vormen
en labels tot in de bron waaruit ze kwamen
alsof er nooit iets is gebeurd.

Dit zien dat er niets te zien valt
weet dat weten op vals onderscheid berust
en pakt alleen nog labels op
om onjuiste labels te ontmantelen,
laat ze dan achter
op de zetel van onbekend.

.